Rijdende Rechter gelast uitzetten van een Lelystadse klingelklangel (windgong) zijnde geluidshinder welke geen doel dient. Mensen konden daar niet van slapen, maar de eigenaar wou het windcarrillon toch niet weghalen uit de tuin. Het volledige besluit staat op:
www.rijdenderechter.nl/uitspraken133.html
Hieronder het belangrijkste fragment.
Aan Velde moet onmiddellijk worden toegegeven dat het geluid van de windgongs van Roest in haar slaapkamer duidelijk valt te horen. Dat zal met name gedurende de nachtelijke uren, als het verder stil is, het geval zijn. Ik begrijp dat veel mensen een dergelijk geluid wel leuk vinden, althans zich daaraan niet storen, maar dat neemt niet weg dat er ongetwijfeld ook veel mensen zijn die daar wèl last van hebben en zich daaraan dus wèl storen. Het betreft zogenaamd tonaal geluid, dat naar ervaringsregels eerder als hinderlijk wordt ervaren dan bijvoorbeeld ritselend gebladerte of verkeersruis. De deskundige maakt in dat verband melding van meerdere klachten over geluidsoverlast, veroorzaakt door dergelijke windgongs, die zijn binnengekomen bij de Nederlandse Stichting Geluidshinder. Velde staat met haar klacht dus zeker niet alléén. Verder acht ik voldoende aannemelijk geworden dat Velde in de winterperiode werkelijk slaapproblemen ondervindt die (in elk geval mede) hun oorzaak vinden in deze geluidshinder.
Dat deze naar hun aard vooral subjectieve klachten door Roest en andere buren worden gebagatelliseerd doet daar niet aan af. In zoverre is dus zonder meer sprake van hinder.
Verder moet aan Velde worden toegegeven dat de hinder veroorzakende windgongs niet of nauwelijks een redelijk doel dienen. Bij het aangevoerde doel, te weten het scheppen van een rustgevende sfeer, kan ik me gedurende de zomermaanden, wanneer de mensen geregeld in de tuin verblijven, nog wel iets voorstellen, maar niet in de winter. Dan zitten Roest en zijn vrouw immers veelal binnen, waar zij in redelijkheid niet of nauwelijks zullen kunnen genieten van het “rustgevende” geklingel van de windgongs.
Tenslotte moet worden vastgesteld dat deze geluidshinder op heel eenvoudige wijze kan worden voorkomen door, zoals door Velde voorgesteld, deze windgongs gedurende de wintermaanden te verwijderen of op te binden. Heel eerlijk gezegd begrijp ik daarom niet goed waarom Roest zijn buurvrouw in deze niet tegemoet wil komen.
Gelet op het voorgaande meen ik dan ook dat de weigering van Roest om de bedoelde windgongs gedurende de wintermaanden te verwijderen of vast te zetten maatschappelijk onacceptabel is en daarom onrechtmatig. Ik zal hem daarom verplichten om dat alsnog te doen.
Op grond van het voorgaande ben ik van oordeel, dat als volgt moet worden beslist.
B E S L I S S I N G
Roest wordt verplicht om de in deze procedure bedoelde windgongs gedurende de maanden oktober tot en met maart te verwijderen en verwijderd te houden, althans dusdanig vast te zetten en vastgezet te houden, dat deze geen geluid meer kunnen veroorzaken.
Bij het niet nakomen van deze verplichting, die ingaat op de vijfde dag na heden, verbeurt Roest ten gunste van Velde een boete van
€ 25,- voor elke dag of gedeelte van een dag, dat deze overtreding voortduurt, zonder dat daartoe enige verdere aanmaning noodzakelijk is, dit tot een maximum van € 5000,--.