Met de paplepel en via soaps leer je hoe de wereld instort als de partner je "bedriegt". Hoe slechter je eigenwaarde, des te dieper zink je in de put. Zelf begon ik mijn leven met een ingemergeld gevoel van minderwaardigheid. Aantrekkelijk worden voor meisjes beantwoordde dan ook niet alleen aan mijn hunkering me met hen te verbinden, maar was tevens een noodverband voor mijn beroerde zelfgevoel.
Toen ik eindelijk mijn eerste liefde had kwam het me slecht uit toen ze liet weten nog een keertje te hebben gezoend met een vorig vriendje. Maar het was reeds geen ramp. Op termijn leerde ik mezelf in deze kennen: mijn gevoel van nietswaardigheid met de bijbehorende jaloezie werd in de regel alleen opgewekt, als de ander mij de intimiteit onthield die ik zo graag wou voelen en delen. Wat zij daar buitenom deed stoorde mij niet wezenlijk. Net als bij niet-amoureuze contacten. Banden buiten de mijne om zijn slechts van zijdelings gewicht, zoals ik ook geen last heb van een vriend van een vriend.
Sinds de Jaren 70 had ik een harmonische liefdesrelatie met een 29 jaar oudere vrouw, die zich zeer ongelukkig en onwaardig had gevoeld in een kwart eeuw fout huwelijk. Die had voor haar gevoel van vrijheid en bevestiging juist iemand nodig die haar beminde zonder claimen en met wie ze eindelijk op sexueel onderzoek uitging. Zowel zij als ik experimenteerden en praktiseerden tegelijk in volle openheid met andere verhoudingen, eveneens in openheid.
Later kreeg ik "serieel monogame" relaties met enkele vrouwen die hun gevoel er te mogen zijn juist wel ontleenden aan het hebben van een partner alleen voor henzelf. Ik voelde wel hoeveel oud zeer ik opriep als ik te openlijk was over mijn nooit aflatende zoektocht en fascinatie naar het bloemenveld, en mijn diepe drang aan de bloemen te ruiken en ze te plukken.
Zoals homo's vroeger in eenzaamheid voelden dat er iets niet pluis was, om te ontdekken dat toch nog 10-20% dezelfde "afwijking" heeft, en inmiddels geaccepteerd zijn als "variatie", zo heb ik altijd opgepast uit te spreken dat ik voortdurend verlang naar verschillende bloemen en dat ik me met hen zal verbinden waar ik maar kan (hierbij niet bedoeld: voor neukgerichte afhandeling).
Theo Kars (Alice, de Koorts van het Verstand; De Geisha) noteert in Beschermengelen: "Mannen willen heel veel verschillende avonturen, vrouwen willen één avontuur dat een leven lang duurt".
Daar hebben we wel een punt.
Mannen vinden vrouwen met een verleden interessant, vrouwen vinden mannen met een verleden interessant zolang zijzelf de laatste en de enige zijn.
Leuk gezegd, of vallen we zo juist terug in het schimmige rijk der sjablonen?


