Dat is ook toevallig: "Radicale Therapie" (1940) heb ik gelezen en kon ik waarderen door de bezieling en wetenschappelijke ijver waarmee Paul Tournier zijn levenswerk verrichtte. Hij heeft goed begrip van zijn stof en vindt uitstekende beeldspraken. Didactisch ziet het eruit als meerlagig, dus zowel voor eenvoudige als voor intellectuele lezertjes.
Voor zijn soort patiënten was hij ongetwijfeld een briljant arts, en het boek is waard goed te bestuderen, ook als je zijn christelijkheid niet deelt, maar dan wordt de nadruk op "zonde" wel spoedig vervelend.
Hij behandelt namelijk zijns inziens geen "problemen". Alleen "zonden". Dat wilde zeggen (hartstochten door) morele conflicten.
Weliswaar zoekt hij in zijn boek ijverig wetenschappelijk naar psychische achtergronden van lichamelijke symptomen, maar de wetenschappelijke benadering van deze achtergronden loopt vast op de onwrikbaarheid van zijn geloofartikelen.
Zo hangt TBC z.i. samen met een trots en eigenwillig karakter. Door "stille tijd" in overgave aan God krijgen TBC-patiënten zicht op hun "levensfouten" en kan hun "eigen wil worden gebroken", om zich (met innerlijke vrede om het lijden te aanvaarden) vervolgens de conformeren aan "Gods plan met hun leven", aldus Tournier.
Dit plan van God met iemands leven kan evenwel alleen maar overeenkomen met Tourniers eigen bijbelgeloof. Weliswaar ontleedt hij ijverig de klassieke temperamenten (cholerisch, sanguinisch, flegmatisch, melancholisch) en noteert oplettend dat een bepaald type in een zekere cultuur het moeilijk heeft. Maar voor het inzicht dat homoseksualiteit evenmin valt te wijzigen, laat staan deel uitmaakt van "Gods plan", is uiteraard geen ruimte.
De sexualiteit zit in 1940 binnen de kerk, maar ook erbuiten, überhaupt in de verdomhoek. En bij Tournier kan een zelfonderzoek "voor God" dan ook geenszins leiden tot bevindingen afwijkend van zijn bijbelse Ware Leer.
Voor mij valt dit goed te verduidelijken aan de hand van de toen belangrijke psycho-analyse volgens Freud, door Tournier in zijn boek niet ongenoteerd gelaten.
De werkcategorieën zijn het niveau van (onbewuste) gevoelsmatige, driftmatige en aangeboren behoeften (Duits: het Es), dan als tweede het bewuste ego dat moet bemiddelen naar nummer 3, het super-ego, zeg maar het geweten.
Klassiek is natuurlijk de muilkorving van het driftleven door het geweten, wat in psycho-analyse bewust moet worden, teneinde het ego de autonomie terug te laten krijgen.
Wat bij Tournier wordt beoogd is niet om verdrongen stukken Es bewust te maken, maar om bij "levensfouten" waarbij het Es volgens hem onterecht de leiding heeft, verdrongen stukken van het super-ego weer stem te geven.
Deze gewetensinhouden bevatten dan ook alle connotaties eigen aan Bijbel, kerk en Jezus Christus (de verlosser van zonden).
Dat de "theïstische psycho-analyse" (mijn eigen term) van Tournier z.i. sneller gaat dan die van Freud en meer oplevert, komt doordat m.i. de betreffende individuen zo'n sterk geweten hebben, dat ontkenning van de "zonden" door de "atheïstische psycho-analyse" niet mogelijk is. Hun geweten is zo sterk dat zij zich niet bevrijd voelen, al nemen ze ook bewust van dokter Freud aan dat hun eigen gevoelens legitiem zijn. Zij zijn bij dokter Tournier dan ook aan het juiste adres voor "vergeving" van "schuld". Omdat ze dit voorheen niet voelden, bleven ze het besef van "zondigheid" verdringen. Pas als ze "vergeving" krijgen via Tournier, durven ze dit zondebesef (veroorzaakt door het geweten) onder ogen te zien, en dan werkt het ook effectief, aangezien er de autoriteit aan wordt gekoppeld van "hogere macht" op basis van "de Heilige Schrift en onderricht der kerk" zoals de dokter Tournier getuigt. Iemand die verslaafd is aan de levensfout "homofilie" heeft bijvoorbeeld de stem van zijn geweten onderdrukt, maar als daar weer naar geluisterd wordt keert de balans terug, volgens Tournier omdat dit geweten vertelt wat de natuurwetten zeggen (God). Geloofsartikelen staan bij hem te boek als natuurwetten. Na aanpassing aan Gods natuurwetten is de patiënt niet meer in conflict met zijn geweten.
In een reeks gevallen betekent dit daarom vanzelfsprekend dat hij wel in conflict blijft met een ander stuk van zijn eigenheid. Deze ziet Tournier juist als "onreinheid van 's mensen hart" die z.i. ook door Freuds zielszorg zo helder aan het licht is gebracht.
Mensen voor wie het gezonder is zich, psycho-analystisch gezien, aan het "Es" aan te passen, (geen vergeving, maar bevrijding van door de kerk verguisde gevoelens), zullen bij Tournier minder snel hun zonden ontdekken, noch deze etiketteren als onreinheden op hun ziel. Zij hebben geen baat bij de positie "Ik ben Niet-Okee", om het moderner te zeggen.
Hun bekeerde tegenspelers echter voelen zich weer veilig in de tucht die leert dat zij "geen recht op bevrediging" hebben. Deze categorie wordt mogelijk meer ontspannen door zijn nieuwe gehoorzaamheid dan door zijn gevoelens vrij te beleven.
Maar de prikkende spijker in de schoen blijft toch bestaan, bijvoorbeeld als "mensen die naar God luisteren" er beter in slagen om af te blijven van zichzelf (voorheen dramatisch betiteld als "onanie"

, of bij gebredsgenezing voor homofilie (dit woord is eigenlijk ouderwets).
De bekering en genezing van de homosexueel betekent uiteraard niet dat hij heterosexueel wordt maar dat hij komt tot rigoureuze verdringing: de "genezing" is juist de "rigor mortis" van zijn eigenheid.
De doodsverstijving van eros als succesvol eindproduct.
Wim Heins